Wettelijk verplicht assessment
- U kunt niet zomaar beginnen aan een Zij-instroom in Beroep-traject. Eerst dient er een geschiktheidsonderzoek plaats te vinden. De wetgever heeft hiertoe het instrument van een wettelijk verplicht "Educatief assessment" in het leven geroepen.
assessment (het; -s): [Eng., van assess (vaststellen)], beoordeling van de geschiktheid van een sollicitant of een werknemer voor de vervulling van een functie. (Van Dale 13e druk 1999)
- Een assessment is niet meer en niet minder dan een instrument aan de hand waarvan het voor professionele beoordelaars (i.c. assessoren geheten) mogelijk is vast te stellen over welke beroepscompetenties een kandidaat beschikt. Tevens wordt vastgesteld op welke gebieden aanvullende scholing dan wel begeleiding nodig is.
Let wel, het doel van het assessment is om te beoordelen of u geschikt bent voor het traject van Zij-instroom in Beroep. Dat wil zeggen, bent u in staat om in maximaal twee jaar tijd uw opleiding af te ronden en is het verantwoord dat u zelfstandig als onbevoegd (betaald) docent voor de klas staat.
In wezen geeft de uitslag van dit assessment geen oordeel over uw kwaliteiten als docent.
Zoals gezegd, inventariseren de assessoren tijdens het assessment over welke competenties u reeds beschikt om het beroep van docent succesvol te kunnen uitoefenen.
Competenties die in het assessment een rol spelen zijn, onder andere,
de pedagogische competentie
De leraar is in staat om te gaan met de normen en waarden binnen en buiten de school, kan leerlingen begeleiden in hun ontwikkeling tot zelfstandige en zelfverantwoordelijke individuen, weet in zijn of haar aanpak de verschillen tussen leerlingen te respecteren en is in staat een veilige leeromgeving te creeren.
de (vak) didactische competentie
De leraar is in staat het leervermogen van de leerlingen en van zichzelf te ontwikkelen. Dat betekent dat hij of zij in staat is in verschillende situaties en voor verschillende leeftijdsgroepen vormen te ontwikkelen die het leren stimuleren. Hiervoor is een combinatie van vakkennis en (vak)didactische strategieen nodig.
de organisatorische competentie
De kern van deze competentie is dat de leraar in staat is om structuur aan te brengen in de leeromgeving: dat betekent het organiseren van het werk voor leerlingen, het team en de school. Ook de organisatie van vakoverstijgende projecten en activiteiten komt bij deze competentie in beeld.
de interpersoonlijke competentie
De leraar is in staat om adequaat te handelen in het samenwerken en communiceren met leerlingen, collega's, ouders en verzorgers.
Het assessmentraject bevat de volgende componenten:
Het invullen van een portfolio
We vragen een kandidaat om een portfolio in te vullen. Een portfolio kunt u beschouwen als een CV, maar dan veel uitgebreider. U geeft in het portfolio aan welke ervaring en vaardigheden u reeds heeft opgedaan en in hoeverre deze te vertalen zijn naar de beroepscompetenties van een docent.
|